Kruiswegstaties
De herkomst van de kruiswegstaties in het kerkgebouw is niet bekend.
I - Jezus wordt ter dood veroordeeld..
Wat Jezus overkwam, overkomt nog steeds ontelbare mensen.
Ook in onze dagen schreit het onrecht dat mensen wordt aangedaan, ten hemel. Er zijn krachten aan het werk die er op uit zijn om mensen te beroven van hun waardigheid en van hun rechten.
Matt. 27:1, Marcus 15:15
Lucas 23:25, Joh. 19:16


II - Jezus neemt het kruis op zijn schouders
Jezus droeg zelf zijn kruis.
Hij was gekomen met open handen en als kwetsbaar mens: hij neemt nu het lijden op zich.
Tot het einde toe zal hij dit kruis dragen om het over te dragen in de
handen van zijn Vader in de hemel.
Joh. 19:17
III - Jezus valt voor de eerste maal onder het kruis.
Het kruis is te zwaar. Jezus bezwijkt onder het gewicht, zijn draag
kracht is niet groot genoeg. Het onrecht is te groot om te torsen.
Hij moet verder. Hoe? Hij raakt in zichzelf gekeerd, denkt alleen aan
de pijn. Wanhopig kijkt hij om zich heen, wie helpt mij?
Allen die zich inzetten om het leed van mensen te dragen en te ver
lichten, ervaren hun zwakte en machteloosheid. Zij strekken hun
handen uit naar God, maar niet altijd krijgen zij antwoord. Waarom
ben je zo ver, mijn God? Vaak moet je geloven zonder te ervaren.


IV - Jezus ontmoet zijn bedroefde moeder
Niemand kan zonder zijn moeder, ook Jezus niet. Zij staat langs de
weg die Jezus gaat, machteloos en biddend. Zij helpt hem de kracht
te vinden het kruis te dragen. Een oogopslag is een wereld van begrip. Samen gaan zij verder.
Overal ter wereld verkeren jonge mensen in nood. Overal sterven
mannen en vrouwen in de bloei van hun leven. Wat een zegen als je
dan een moeder hebt die je bijstaat. Wat een zegen als je het contact niet verliest met je dwaze moeder.
V - Simon van Cyrene helpt Jezus het kruis dragen
God zij dank zijn er niet alleen toeschouwers maar ook helpers.
Dat mocht ook Jezus ervaren. Simon blijkt bereid om het vernederen de kruis van Jezus mede te dragen.
Wat een weldaad is het als je telkens weer mensen ontmoet die een
hand uitsteken, die een bemoedigend woord spreken, die je een eind op weg helpen.
Doodgewone mensen doen vaak buitengewone dingen als zij te maken krijgen met de nood van een ander.
Matt. 27:32, Marcus 15:21, Lucas 23:26


VI - Veronica.: droogt het gelaat van Jezus af
Vrouwen leggen vaak een ongelooflijke moed aan de dag.
In heel zijn openbaar leven kon Jezus rekenen op de hulp van vrouwen. Ook in zijn ontluistering weken zij niet van zijn zijde, zij overwinnen hun angst. Veronica is daar een voorbeeld van; zij reinigt zijn geschonden gelaat.
In alle landen waar mensen worden misbruikt, zijn het dikwijls vrouwen die duidelijk en daadwerkelijk protest aantekenen, vaak met gevaar van eigen leven. Meer dan wie ook weten zij uit ervaring dat het menselijk leven heilig is en niet geschonden mag worden.
VII - Jezus valt voor de tweede maal onder het kruis
Eén keer vallen is erg, twee keer vallen is vernederend. Jezus heeft
deze vernedering ondergaan. Het lijden was niet meer te overzien.
Hij nam de last van de wereld op zich en moest ervaren dat ook hij
zelf gedragen moest worden.
Vallen doen we allemaal, soms door oorzaken buiten ons om, soms
ook door eigen schuld, soms juist op momenten dat wij ons sterk
wanen. Dan is het een troost te weten dat we zelf gedragen worden
door een liefde en barmhartigheid die geen grenzen kennen.


IIX - Jezus troost de wenende vrouwen
V.: Wij aanbidden U, Christus, en wij loven U.
A.: Omdat Gij door uw heilig kruis de wereld hebt verlost.
Anderen troosten, terwijl je zelf ten dode bedroefd bent, lijkt een onmogelijke taak. Jezus heeft, ondanks zijn lijden, nog aandacht voor de mensen buiten hem. Wat hem overkomt, kan morgen hun zonen overkomen. Zij huilen over hem, zij huilen over zichzelf. Hij wordt door medelijden overmand als hij de treurende vrouwen ziet.
Zij die zelf lijden, zijn vaak beter dan wie ook in staat om anderen te
troosten; zij weten wat er in anderen omgaat. Lijden en verdriet kunnen egocentrisch maken. Lijden en verdriet zijn ook in staat ongekend heilzame krachten in ons te wekken
Lucas 23:28-31
IX - Jezus valt voor de derde maal onder het kruis
Driemaal vallen is te veel. Jezus is volkomen machteloos, hulpeloos
en uitgeput. Hij kan niet meer. Hij is alleen maar pijn. Toch moet hij
verder.
Jezus preekte een koninkrijk van liefde en gerechtigheid.
Hij werd een speelbal van een koninkrijk van haat en onrecht.
Ieder heeft wel eens het besef niet meer verder te kunnen, aan de
grens van zijn vermogen te zijn. Maar dan kan zwakheid kracht worden, als wij gaan beseffen dat niet wij maar God de drager en genezer is van ons onvermogen.
Eer aan de Vader...


X - Jezus wordt van zijn kleren beroofd
Beroofd worden van alles wat je dierbaar is, zelfs van je kleren, is de meest ontluisterende ervaring die je mee kunt maken.
Jezus werd ontdaan van wat hem bescherming gaf en hem dierbaar
was. Zo deelde Hij het lot van mensen die moeten leven na geweld
dat zij hebben ondergaan.
Als beeld van God voelen wij ons geroepen om ons waardig te kleden en te gedragen, en zo naar buiten uit te stralen wat wij innerlijk
zijn. Het is ongelooflijk kwetsend als ons dit recht ontnomen wordt,
als wij te kijk worden gezet. ...
Matt. 27:35, Marcus 15:24
Lucas 23:34, Joh. 19:23-24
XI - Jezus wordt aan het kruis genageld
Hij werd als crimineel beschouwd en daarom als een onmens aan het kruis genageld. De mens bij uitstek wordt ontmenselijkt en teruggebracht tot een ding.
Dagelijks worden mensen verontmenselijkt, als vuilnis behandeld,
gemaakt tot voorwerp van vermaak en moordlust: om wanhopig van te worden. Gelukkig zijn er ook ontelbaren die er alles aan doen om de slachtoffers te bevrijden, soms ten koste van hun eigen welzijn en leven, en omwille van de liefdevolle God.
Marcus 15:24, Lucas 23:33, Joh. 19:18


XII - Jezus sterft aan het kruis
Toen riep Jezus met luide stem: Vader, in uw handen leg ik heel mijn
leven. Na deze woorden boog hij het hoofd en stierf. Iedereen sterft
eens. Een christen staat door Jezus vaak oog in oog met het sterven
als een volledige overgave aan God. Sterven is niet iets wat je over
komt, maar iets dat je zelf doet, aan de hand van Jezus je overgeven
aan God de Vader.
Door zijn dood heeft Jezus ons allen tot God gebracht, tot de bron
van het leven en de vreugde. Door ons in geloof aan Jezus toe te
vertrouwen voltrekt zich zijn verlossing in ons, ongeacht wie we zijn.
Matt. 27:50, Marcus 15:37
Lucas 23:46, Joh. 19:30
XIIV - Jezus wordt van het kruis afgenomen
Maria ontvangt Jezus terug.
Dezelfde schoot die Hem eens heeft gebaard, is nu zijn rustplaats.
Wat we zien is een terechtgestelde, die eindelijk van zijn lijden verlost is; wat we verwachten is zijn opstanding.
Veel plaatsen op de wereld zijn bezaaid met doden, slachtoffers van
ziekten en ongelukken, van moord en doodslag, van oorlogen en
aanslagen. Hiermee is hun leven niet ten einde; hun wacht een nieuwe toekomst, een nieuw leven, niet meer aan te tasten door de macht van het kwade.
Lucas 23:53, Joh. 19:38


XIV - Jezus wordt in het graf gelegd
Jezus rust in zijn graf, in afwachting van zijn opstanding.
God, onze Vader, zal woord houden en Hem door zijn Geest op de
derde dag doen opstaan.
Wij allen zullen hem mogen volgen door dood naar verrijzenis.
In een lang proces nemen wij afscheid van onze dierbaren die ons
voorgingen in de dood, soms gebroken door verdriet.
Maar het is geen afscheid voorgoed, want eens zullen wij allen op
nieuw tot leven komen om voor altijd bij elkaar te zijn met de Heer in ons midden.
Matt. 27:59-60, Marcus 15:46, Lucas 23:53, Joh. 19:42